Harry Bruins runt samen met zijn gezin het boerenbedrijf Erf-1 op het Kampereiland in de IJsseldelta. In het begin van zijn boeren carrière werd kunstmest gezien als het ei van Columbus, maar na ervaring en door veel op andere bedrijven te kijken is Erf-1 geleidelijk overgegaan naar een meer organische bedrijfsvoering zonder kunstmest om vervolgens in 2013 over te schakelen naar biologische bedrijfsvoering.

Tijdens deelname aan het pilot project ‘het nieuwe veehouden’, waarbij de nadruk lag op de vragen ‘waar ligt je passie?’ en ‘wat zou je doen als je geen rekening hoeft te houden met economische belemmeringen?’ kwam hij erachter dat de setting van ERF 1 niet bepaald geschikt is om te concurreren met de wereldmarkt. Het terugbrengen van een gezonde bodem en het natuurlijke gedrag en hogere weerstand van de koe als belangrijke pijlers in de bedrijfsvoering te maken en daarmee het gebruik van antibiotica terug te dringen, met minder stress voor de koeien en de boer alsmede inpassing van het bedrijf in het landschap en samenleving past beter bij zijn bedrijf. Met de bedrijfsvoering gericht op het vergroten van de biodiversiteit en biologisch gecertificeerde bedrijfsvoering is de lat hoog gelegd. Klaas Jan, zoon van, zou het geweldig vinden om het bedrijfssysteem nog kosten efficiënter en meer zelfredzaam te maken, gericht op herstellende landbouw.

Visie melkveesector    Er is behoefte aan het vertalen van het verhaal van een melkveehouder en er moet meer duidelijkheid worden geschept voor de burger/consument. Een standpunt van Harry is dat het beeld van de melkveesector kan veranderen door niet alle melkveehouders over een kam te scheren. Het zou kunnen dat er net als bij voedingsstromingen, een tweedeling komt tussen ‘slowfood’-boeren en ‘fastfood’-boeren. Voor beide typen van bedrijfsvoeringen zal er een “markt” zijn met een eerlijk verhaal. Dat verschil zal zich ook vertalen in de prijs van de producten.

Om het verhaal duidelijk te kunnen vertellen, blijft er voor alle boeren een belangrijke rol weggelegd, namelijk meer consument gericht te werk te gaan. Volgens Harry durven te weinig boeren de consument vragen voor te leggen. Uiteindelijk kan het een belangrijke taak van de boer(in) worden om ook “boodschapper” te zijn. Hier is wellicht een mooie kans weggelegd voor de vrouw binnen het boerenbedrijf. Boerinnen hebben vaak al veel invloed binnen en buiten het bedrijf. “ Er is nog veel creativiteit onder de boerinnen in de landbouw en vaak zijn zij ook al de ambassadeurs voor onze bedrijfstak”, aldus Harry.

erf11

Streekproducten    Een voorbeeld voor wat vrouwelijke touch in de melkveesector is te zien bij Erf 1. De melk wordt voor een deel verwerkt door Irene, de dochter van Harry. De producten worden afgezet in de regio, maar yoghurt, boter en vla kunnen in het weekend ook ingeslagen worden door voorbijgangers en de nieuwsgierige consument vanuit het melkhuisje op het terrein. Ook is Erf-1 actief in de gebiedscoöperatie IJsseldelta door deelname aan het streekmerk (H)eerlijk IJsseldelta. Dit is een samenwerkingsverband van boeren uit de IJsseldelta, met diverse producenten van onder andere aardappels, kaas en aardbeien. De belangrijkste succesfactor, volgens Bruins, is dat er eerst een gezellig sfeer in de groep moet zijn om vervolgens te kunnen samenwerken en iets “waar” te maken om vervolgens tot “waarde” te komen.

Voorbeeld voor anderen   Op Erf-1 merken ze dat er veel belangstelling is voor waar ze mee bezig zijn. Afgelopen jaar zijn er bezoeken gewest van afgevaardigden uit Kenia, Australië, Koeweit, Filipijnen, Canada en China die geïnteresseerd zijn naar “het verhaal” achter een nieuwe manier van denken over voedsel. Maar ook toeristen en andere boeren bedrijven zijn nieuwsgierig naar de bedrijfsvoering van Erf-1. Ook heeft Erf-1 het idee dat ze invloed uitoefenen op de marktprijs van producten van andere zelf-verzuivelaars in de regio. Van consumenten horen ze soms dat hun zuivelproducten toch best wel duur zijn, maar het antwoord is dat de producten “vol van waarde” zijn, ofwel “een goed product voor een goede prijs”. Veel producten in de supermarkt zijn naar de mening van de familie Bruins sterk ondergewaardeerd. Zelf beginnen met zuivelen? Een paar tips van de familie om te beginnen met eigen verwerkte producten te maken; heb doorzettingsvermogen, doe het niet voor het financiële aspect alleen, maar creëer de producten met passie. Als de passie ontbreekt, zoek dan naar iemand die er wel plezier in heeft en het verhaal kan brengen, en ga samen werken!

Toekomst   De familie Bruins is positief over de toekomst. Er is beweging in de melkvee sector en daarbuiten om een transparant en eerlijk beeld te creëren en daarmee is de sector in een transitie naar herwaardering. De ontwikkelingen op Erf-1 staan ook niet stil. Op dit moment is Erf-1 doormiddel van crowdfunden samen met de omgeving een project gestart om zelf kaas te maken. De tot nu toe vele positieve reacties en financiële steun voor dit project geeft duidelijk aan dat mensen mee willen denken, mee willen helpen en geïnteresseerd zijn in het verhaal achter de productie van eten.

De echte “waarde” van mens, dier en omgeving (cultuur) komt weer meer op de voorgrond als je mensen verbindt met de leefomgeving en de oorsprong van voedsel. De bedrijfsspreuk luidt dan ook; “met de wetenschap van morgen weer boeren met de goede smaak van vroeger”.

Artikel geschreven door: Merel Hondebrink, student Uva

27 oktober 2015
door Frank Verhoeven

Commententaren zijn gesloten.