Doel van het kringloopcertificaat is het belonen van duurzaamheidsprestaties. Boerenverstand probeert enerzijds melkveehouders te verleiden tot betere prestaties, anderzijds overheden, bedrijven en instellingen aan te sporen tot het belonen van die betere prestaties. Hoe zwaar de kringloopcijfers geborgd moeten worden is onderwerp van discussie en sterk afhankelijk van het gebruik. Versie 1.0 is daarom meer een kringlooprapport dan een certificaat. Download hier een voorbeeld certificaat.

Het kringloopcertificaat biedt mogelijkheden zogenaamde ecosysteemdiensten (zoals bodemdiensten) te onderbouwen. Voorlopig gericht op de N, P  & C kringlopen van melkveebedrijven. Al sinds 1998 sporen we overheden aan meer te kijken naar duurzame prestaties en naar de inzet voor duurzaamheid, in plaats van naar generieke (dier)normen. Een zoektocht om ook een beter management te belonen, naast investeringsmaatregelen. Het zogenaamde bedrijfsspecifieke spoor is gestart bij de milieucoöperaties VEL & VANLA in de Noordelijke Friese Wouden onder leiding van Professor Jan Douwe van der Ploeg en Dr. Jaap van Bruchem. Het doel toen: houtwallen in de Friese Wouden werden verzurgingsgevoelig verklaard en beperkte de ontwikkeling van de landbouw. Deze bedreigingen vanuit natuur&landschap zijn omgezet in kansen en daar ligt een belangrijke basis van het huidige agrarische natuur-en landschapsbeheer. Van middelen naar doelen! Professor Johan Bouma schreef er een mooi achtergrondartikel over: Boeren als creatieve ondernemers, de basis voor toekomstig mestbeleid.

In 1997 verschenen een eerste serie artikelen van Jaap van Bruchem en Frank Verhoeven in Veeteelt hoe bedrijfsspecifiek kringlopen op melkveebedrijven uit te rekenen. Deze rekensystematiek is later de BEX (2008) geworden en is nu de basis voor de KringloopWijzer.

Vele onderzoeken, pilots en publicaties later blijkt het voor overheden nog altijd lastig om bedrijven bedrijfsspecifiek ruimte te bieden om hun kringloop te optimaliseren. Het bekendste voorbeeld is de mogelijkheid om bovengronds mest uit te rijden, in ruil voor lagere stikstofbedrijfsoverschotten. Na veel politiek, is die mogelijkheid er nu voor alle boeren gecreëerd middels een (tijdelijke) vrijstellingsregeling.

Vanaf begin af aan is de lobby voor meer bedrijfsspecifiek maatwerk gekoppeld aan een kringloopcertificaat. Op die manier kan alleen een (beperktere) groep kringloopboeren voordeel behalen en kunnen vrijstellingsregelingen langzaam opgeschaald worden. Vanuit de overheid blijkt dit lastig zo niet onmogelijk om slechts enkele bedrijven te bevoordelen en moeten regeling altijd voor iedereen gelden. De angst voor schadeclaims en juridische procedures overheerst bij overheden.

In 2009 is door het CLM onderzocht wat nu precies kringlooplandbouw is (zie rapport over kringlooplandbouw) en daarna in 2010 hoe deze te certificeren en te borgen. Een verdere zoektocht is gedaan samen met de Stichting Milieukeur en de Stichting Kennisoverdracht Bodem in een speciale SKB Showcase.

Over deze zoektocht is een overzichtsartikel verschenen in MelkveeMagazine (zie hier: wat is de kringloopwijzer waard). Naarmate generieke normen strenger worden wordt de roep om bedrijfsspecifiek maatwerk almaar groter. Enkele actuele voorbeelden van pilots:

Verwerking en controle van de kringloopcijfers vindt in onze cases plaats door Dirksen Management Support. Alle cijfers worden tenminste 1x per jaar besproken in studiegroepen. Dit zorgt voor maximale betrouwbaarheid van de cijfers. Inmiddels worden jaarlijks enkele honderden melkveehouders in de bloemen gezet als blijk voor hun inzet voor duurzaamheidsprestaties. Bekijk hieronder de voorbeelden:

Melkveehouders in de Gelderse Vallei.

Melkveehouders in Groningen.

Melkveehouders in Midden Delfland.

Melkveehouders in de Ijsseldelta

Melkveehouders in Drenthe (hier is gekozen voor een prijsuitreiking van de duurzaamste boer van Drenthe).

Melkveehouders in de Friese Wouden (hier is het kringloopcertificaat uitgevonden).

Melkveehouders in Utrecht-West

Melkveehouders in Midden-Limburg

We starten met de borging en het stimuleren van verbeteringen op de volgende milieuprestaties:

  • Lucht: Ammoniakuitstoot (kg N in NH3/10.000 kg melk)
  • Water: Bodemstikstofoverschot (kg N/ha)
  • Bodem: Fosfaatoverschot (kg P2O5/ha)
  • Footprint: % VEM (energie) uit eigen ruwvoer
  • Footprint: Ruwvoerefficiëntie (kg FPCM per kg ds)
  • Footprint: Krachtvoerverbruik (kg per kg melk)
  • Footprint: m2 landgebruik (later via kringloopwijzer)
  • Klimaat: CO2 uitstoot (directe en indirecte uitstoot van o.a. methaan en lachgas)
  • Dagen en uren weidegang
  • BodemConditieScore (later)
  • Bodem/klimaat: Organische stof balans (via kringloopwijzer)
  • Biodiversiteit en landschap: actief lid agrarisch natuur-en landschapsvereniging

Vanuit de kringloopwijzer volgen later meer duurzaamheidsindicatoren. Denk aan de herkomst van het krachtvoer (aandeel soja, GMO, enzoverder). De beoordeling van biodiversiteit en landschapskwaliteiten lijkt een ander onderdeel omdat dit niet zozeer blijkt uit de (milieu)administratie en sterk afhangt van de ligging van het bedrijf. Dit onderdeel wordt op dit moment in een ander project met FrieslandCampina uitgewerkt.

Wil je meer weten over dit project?

Neem contact op met ons