Geschreven door: Maartje Bos, MSc student aan Wageningen University.

De KringloopWijzer berekend de geoogste hoeveelheden gras en mais door de VEM-behoefte van de veestapel te verminderen met voeraankopen. Vaak zitten er grote verschillen tussen de geoogste hoeveelheid gras en mais die de KringloopWijzer berekend en de hoeveelheid die met behulp van de kuilmeting wordt berekend. Dit kan mede worden veroorzaakt door de aannames die gedaan worden bij het berekenen van de gewasopbrengst. Echter de kuilopmeting kan ook afwijken van de realiteit. Zo blijkt er in de sleufsilo van Jan Willem de Jong concreet 29% minder maïs te hebben gezeten dan aangenomen op basis van de kuilopmeting. Dit betekend dat de veronderstelde kuildichtheid bijna 30% te hoog is ingeschat.

Kuildichtheid wordt uitgedrukt in kg droge stof per m3 en kan beïnvloed worden door stapelhoogte, bedekking, droge stofgehalte, mate van vastrijden, aard en verkorting van het product en broei. Omstandigheden kunnen sterk verschillen tussen bedrijven maar ook op het bedrijf kunnen de omstandigheden verschillen tussen kuilen en silo’s. Om met deze verschillen rekening te houden worden de dichtheden voor rijkuil en sleufsilo apart berekend. Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen kuilen met of zonder gronddek.

In het voorbeeld van Jan Willem de Jong werd de hoeveelheid mais bepaald op basis van de dichtheidswaarden voor een sleufsilo. De hoogte van zijn sleufsilo is 1,8 meter. De hele kuil is echter 2,9 meter hoog. Dit betekend dat er bovenop zijn 1,8 meter hoge sleufsilo een rijkuil van 1,1 meter zit. De dichtheid verkregen uit de analyse op basis van een sleufsilo was 778 kg/ m3. Op een eerdere analyse van een maisrijkuil was de dichtheid 662 kg/ m3. In werkelijkheid heeft de kuil dus een dichtheid van 60% sleufsilo * 778 kg/ m3 en 40% rijkuil * 662 kg/ m3. Op basis van deze verhouding berekende Jan Willem dat de dichtheid van de kuil 715 kg/ m3 zou moeten zijn. Deze dichtheid kwam beter overeen met de hoeveelheid mais die in werkelijkheid in de kuil zat. De kuil had namelijk een werkelijke dichtheid van 690 kg/ m3. Dit geeft dus echter de vraag of de bepaling van de kuildichtheid wel betrouwbaar is.

Maar wat zijn nu de consequenties van een te hoge ingeschatte dichtheid van de maiskuil voor de Kringloopwijzer? De uitkomst van de kuilmeting wordt in de Kringloopwijzer meegenomen in de berekening van het BEX/BEP-voordeel en die van verschillende efficiënties op een bedrijf. Een te hoog ingeschatte kuildichtheid zorgt ervoor dat er op papier in verhouding meer van deze maïskuil gevoerd wordt dan in werkelijkheid het geval is. Dit geeft dus een vertekend beeld van de mineralen-efficiëntie op het bedrijf. De berekende excretie zal lager zijn, maar de onttrekking van mineralen aan de bodem zal ook lager worden ingeschat dan in werkelijkheid. Dit heeft invloed op de hoeveelheid af te voeren mest en ook op de plaatsingsruimte van dierlijke mest.

Een betrouwbare kuilmeting is dus van groot belang. Om de kuilmeting betrouwbaarder te kunnen maken zou, zoals uit het voorbeeld blijkt, de hoogte van de wanden ook meegenomen kunnen worden in de berekening. Op deze manier kan de kuildichtheid beter ingeschat worden en kan de KringloopWijzer een beter beeld geven van de werkelijkheid.

19 mei 2017
door

Commententaren zijn gesloten.