Politieke partijen stelde mij vandaag de vraag in een rondetafel discussie met de sector: Gaat invoering van de Kringloopwijzer als onderdeel van het fosfaatrechtensysteem zorgen voor verdere intensivering van de melkveehouderij, omdat bedrijven die opstallen en niet grondgebonden de beste uitgangspositie hebben voor een goede score in de Kringloopwijzer? Eind 2013 (!) schreef ik daar ook al eens wat over op. Maar hieronder mijn inbreng richting de politiek.

Nee, mits!
De kringloopwijzer zoals deze binnen de huidige wet functioneert is feitelijk nog altijd een BEX (handreiking Bedrijfsspecifieke EXcretie uit 2006). De BEX maakt het mogelijk dat bedrijven die koeien minder eiwit (N en P) voeren, kunnen bewijzen dat er ook minder N en P in de koeienmest terecht komt. Intensieve bedrijven (lees zuid- en oost Nederland) hebben daar meer voordeel bij, omdat zij een groter deel van hun mest moeten afvoeren. (Extensieve bedrijven kunnen daarentegen meer mest aanvoeren.) Dankzij een efficiënter rantsoen (aangetoond via die BEX) hoeft er minder mest afgevoerd te worden en is er dus direct een economisch voordeel. Meer dierlijke mest op het bedrijf houden, betekent meer kansen voor het behoud van bodemvruchtbaarheid. Mest bevat namelijk meer dan fosfaat en stikstof, maar ook tal van mineralen en spoorelementen.

De kringloopwijzer bouwt voort op de BEX (met als voornaamste reden dat de BEX al sinds 2006 binnen de Nederlandse wet functioneert en ook door de EU is goedgekeurd), maar zou eigenlijk als kringloopwijzer moeten functioneren. Functioneren als MINAS (1999-2003): focus op de totale bedrijfsverliezen en niet alleen op dierverliezen. Ofwel: kringloopboeren die eigen mest op het eigen land kunnen plaatsen, ongeacht het aantal dieren, moeten daar voordeel bij hebben. Een kringloopboer houdt namelijk liever “een koetje extra” vanwege de bodem, een hogere benutting van het eigen ruwvoer, lagere krachtvoerkosten en een betere diergezondheid.

Het huidige stelsel van fosfaatrechten stimuleert tot verdere verhoging van de melkproductie per koe en het afstoten van jongvee. Dit zal ook de boodschap vanuit de toeleverende industrie worden en dat is geen duurzame weg, sterker nog, het zorgt voor verdere kostprijs-verhoging. Het voordeel voor “kringloopboeren” moet daarom verder vergroot worden en de nadelige effecten moeten beperken blijven. Ons voorstel:

  • De kringloopwijzer, ofwel het bedrijfsspecifieke spoor, moet wettelijk ook zo gaan functioneren. Dus naast voordelen voor meer efficiëntie op dierniveau (BEX) moeten ook voordelen ontstaan voor meer efficiëntie in de bodem. Meer oogsten moet tot meer mest plaatsen leiden. Daarbij moet het niet meer uitmaken of een bedrijf intensief of extensief is, het draait om een beter mineralenmanagement en zowel intensief als extensief kunnen daar verbeteren.
  • Prikkels tot het verhogen van de melkproductie per koe moeten voorkomen worden.
  • Geen “afroming” van fosfaatrechten voor extensieve bedrijven.
  • Fosfaatrechten alleen verkoopbaar maken als er ook grond bij zit.
  • Samenwerkingen, bijvoorbeeld met akkerbouw, of natuurbeherende organisaties verder belonen. Meerdere bedrijven in een regio zouden samen 1 kringloopwijzer kunnen opstellen en indienen.
  • De Kringloopwijzer niet verplicht stellen voor alle bedrijven, maar vrijwillig voor melkveehouders die denken het beter/efficiënter te doen dan de normen. Precies zoals de BEX ook nu werkt.

10 juli 2015
door Frank Verhoeven

Commententaren zijn gesloten.