Als boer is het belangrijk om soms eigenwijs en tegendraads te zijn, dit werkt ons boeren soms ook tegen, maar mee gaan met de moderne tijd past ook niet altijd. De periferie rond het boerenbedrijf is daar echter niet bij gebaad, zij hebben immers belang bij een kooplustige boer. Het hebben van de hoogste opbrengst van grasland is dan ook alleen mogelijk met de laatste genetica. En dat bewijzen ze met onderzoek wat slechts naar 1 ding kijkt: bijvoorbeeld de hoogste VEM-opbrengst per hectare.

Met deze boodschap ging ik een aantal jaren terug ook naar mijn vader, immers die ‘koeweide’ van ons is nodig aan vervanging toe. Hij zei dat mijn opa zich al niet had kunnen heugen dat de koeweide ooit was geploegd of doorgezaaid, die zode is prima en er gebeurd dus niets mee. Ik heb de eigenwijsheid niet van een vreemde zullen we maar zeggen.

Verleden week was Nick van Eekeren (onderzoeker Louis Bolk) op het bedrijf, hij constateerde dat deze koeweide voor ruim 80% uit Engels raaigras bestaat. Met een leeftijd van 100+ jaar, is de grens van 1.000 ton DS gras opbrengst al lang en breed gehaald. Een prestatie van formaat van zowel bodem als boer, generaties boeren zelfs! Helaas geen mooi beeldje of certificaat voor deze prestatie. Naast de boer en de koe zijn er dan ook weinig partijen die baad hebben bij een antieke zode.

Enkele aandachtspunten bij antiek:

  • Niet scheuren!; Grasland hoeft niet structureel elke 5 of 10 jaar gescheurd te worden. Zolang de productie voldoende is en de botanische samenstelling acceptabel moet je er gewoon vanaf blijven. Boven de 50% Engels Raaigras is er helemaal geen reden tot scheuren.
  • Verdichting; zorg dat verdichting zoveel mogelijk wordt voorkomen of opgelost.
  • Mestopslag; In het voorjaar de mest uitrijden zodra er draagkracht is en niet omdat de putten vol zijn.
  • Bandenspanning; maximaal 1 bar in de banden van trekker en voertuig, wees hierbij kritisch op de loonwerker, maar vergeet vooral eigen materieel niet. Een kleine trekker met te hoge bandenspanning geeft ook verdichting.
  • Graslandwoelen; zeker als er sprake is van nattere plekken is een graslandwoeler een nuttige toepassing. Het beste doe je dit in het najaar onder droge omstandigheden.
  • Gras-Klaver; voor jonge percelen (NLV <100) is gras-klaver een vereiste. Klaver is in staat extra stikstof (25-35kg per jaar) uit de lucht te binden en dit in de bodem te brengen.
  • Mineralen toestand; neem een uitgebreide bodemanalyse of maak gebruik van signaalplanten. Paardenbloemen duiden bijvoorbeeld op een tekort aan beschikbare Calcium in de teeltlaag.
  • Weidegang; onder een mestflat zitten 2 tot 5 keer meer wormen dan daarbuiten. Naast bodemleven stimuleert weidegang ook nog uitstoeling van gras en dat zorgt weer voor een dichtere zode.
  • Kruiden; feitelijk zijn paardenbloemen en ridderzuring de enige reden dat er gespoten wordt. Met een jaarlijkse kleine onderhoudsbekalking (250-500 kg Dolokal) zijn paardenbloemen goed te beperken. Let goed op wat de Magnesium toestand is in de bodem, als deze hoog is pak dan een Mg-arme Dolokal. Ridderzuring kan pleksgewijs gespoten worden of in een jong stadium met pekel besprenkeld worden. Het zout maakt de ridderzuring extra smakelijk waardoor de koeien het zullen afgrazen. Lees hier nog een interessant artikeltje daarover.
  • Schop in de grond; voer een BodemConditie score uit, nu bestaat deze methode nog geen honderd jaar, maar een schop en boerenverstand hadden ze vroeger ook wel!

Laat u in ieder geval niet verleiden door reclames en regelgeving om te gaan scheuren!

 

 

15 juli 2015
door Erik Smale

Commententaren zijn gesloten.