Tussen 2014 en 2020 hebben we te maken met het nieuwe GLB. Ook deze periode is het GLB gesplitst in 2 pijlers. De eerste pijler zijn de directe hectare betaling, inclusief vergroening. De tweede pijler is het Plattelandsbeleid (POP3). In de praktijk merken we dat er veel onduidelijkheid is, met name over de vergroening. Boerenverstand legt het in deze blog uit.

Wat is er nieuw?
De vergroening in de eerste pijler . In het nieuwe GLB is 30% van de hectare betalingen gekoppeld aan het voldoen aan de vergroeningseisen. Hier niet aan voldoen betekent dus minder hectare betaling.

Deze vergroening heeft als doel een goede biodiversiteit, milieukwaliteit en bescherming van het klimaat. Het beschermen van al bestaande ‘groene elementen’ en het creëren van meer ‘natuurlijke’ habitats.

De definitie van natuur en biodiversiteit die hierbij gehanteerd wordt refereert zowel naar de verscheidenheid aan fora en fauna bovengronds en ondergronds. Waarbij de terugloop van de bovengrondse biodiversiteit de directe aanleiding was voor een Europees vergroeningsbeleid.

Drie maatregelen
Om deze doelen te halen zijn drie maatregelen vastgesteld. De bijgevoegde infographic geeft meer informatie over deze drie maatregelen.

1. blijvend grasland
2. Gewas diversificatie
3. Ecologische aandachtsgebieden (EFA)

Biologische bedrijven zijn uitgezonderd van deze vergroeningsmaatregelen, deze bedrijven zijn al gecertificeerd ‘groen genoeg’ (Green by Definition).

Wat is blijvend grasland?
Blijvend grasland is een perceel waar minimaal 5 jaar opeenvolgend grasland staat. Wanneer tussendoor gescheurd wordt en opnieuw grasland ingezaaid geld dit ook als blijvend grasland. Wanneer het gras gescheurd wordt en een ander gewas ingezaaid wordt telt het perceel niet als blijven grasland. Dit is niet afhankelijk van de gewascode die ingevoerd wordt in de registratie bij RVO.

Wat is gewasdiversificatie?
Om de biodiversiteit te bevorderen is de gewasdiversificatie regel opgesteld. Deze stelt dat bedrijven met meer dan 30 ha, minimaal 3 verschillende gewassen moeten telen. Bedrijven met minder dan 30 hectare moeten minimaal twee verschillende gewassen telen en bedrijven met minder dan 10 hectare hebben geen eis voor gewasdiversificatie. Ook bedrijven met minimaal 75% grasland en minder dan 30 hectare bouwland hoeven niet aan de gewasdiversificatie eis te voldoen.

Wat is een ecologisch focusgebied?
Dit is een stuk bouwland of gebied aangrenzend aan bouwland dat zo wordt ingericht dat het een extra bijdrage levert aan de biodiversiteit, milieu- of klimaatkwaliteit. In Nederland zijn hiervoor vier opties geselecteerd. Er moet een keuze gemaakt worden voor een van deze pakketten, maar deze mag wel jaarlijks wijzigen. De verschillende maatregelen die binnen de pakketten vallen hebben een wegingsfactor, afhankelijk van het effect dat ze hebben op de gestelde doelen.

Tabel 1. EFA pakketten en de bijbehorende maatregelen en wegingsfactoren.

Algemene lijstEquivalent pakketVeldleeuwerikBiodiversiteit +
Eiwitgewassen, luzerne, rode klaver, esparcette, rolklaver, lupine en veldbonen (0,7)Eiwitgewassen luzerne, rode klaver, esparcette, rolklaver, lupine en veldbonen (0,7)Eiwitgewassen luzerne, rode klaver, esparcette, rolklaver, lupine, veldbonen en soja (0,7)
Vanggewas, voor 1 okt. gezaaid, altijd mengsel van twee soorten of gras door hoofdgewas (0,3)Vanggewas, voor 1 okt. gezaaid, altijd mengsel van twee soorten of gras door hoofdgewas (0,3)Vanggewas, voor 1 okt. gezaaid, altijd mengsel van twee soorten of gras door hoofdgewas (0,3)
- min. 10 weken op het land, geen gewasbeschermings-middelen- minimaal 8 weken op het land, geen gewasbeschermingsmiddelen
- volgend op vezelgewas
- als aaltjesbestrijding
Onbeheerde akkerrand, 1 tot 20 meter breed (1,0)Beheerde akkerrand, tenminste 30% van oppervlakte en 3m breed (1,5)Beheerde akkerrand, minimaal 1m (of pakket zonder akkerrand) (1,5)
Wilgenhakhout (0,3)Sloot bij beheerde akkerrand (2,0)Extensieve graanteelt, graanstoppels in de winter, extensief beheer en natuurbraak, natuurvriendelijk beheerde perceelsranden, overhoekjes en slootkanten, ‘wildakkers’ of vogelveldjes en nectarplanten op overhoekjes (1,5)

Boeren mogen 50% van hun EFA-verplichting via een collectief, van maximaal tien bedrijven, realiseren. Daarnaast geldt ook voor deze vergroeningsmaatregel dat boeren met minimaal 75% grasland en minder dan 30 hectare bouwland niet aan de EFA eis hoeven voldoen.

Gaan deze maatregelen voor biodiversiteit zorgen?
Dat gewasdiversificatie, biodiversiteitswinst oplevert is duidelijk. Wanneer de verplichting telt om meerdere gewassen te telen, neemt de biodiversiteit (aantal verschillende gewassen) toe. Echter is gewasrotatie noodzakelijk voor het behoud van een goede bodemkwaliteit, de meeste boeren passen dit dus al toe en denken na over het meest geschikte bouwplan. Het blijft daarom de vraag of deze maatregel extra winst op zal leveren.

Blijvend grasland is belangrijk om verdere daling van de populatie weidevogels tegen te gaan. In natte veenweide gebieden heeft grasland daarnaast een belangrijke functie voor de opslag van koolstof. Voor het behoud van natuur en biodiversiteit is het belangrijk in een aantal gebieden een ploeg- en omzet verbod in te voeren. Voor Natura 2000 gebieden gold al een ploegverbod, binnen het nieuwe GLB zal dit met andere gevoelige gebieden uitgebreid worden. Voor de biodiversiteit dus een goede ontwikkeling. Voor de flexibiliteit en het bouwplan van de boer kan dit problemen opleveren.

Als laatste zijn niet productieve landschapselementen belangrijk voor een betere overlevingskans van (vogel)soorten, maar is ook goed voor de ondergrondse biodiversiteit. Dit verklaard waarom er vanuit Europa is gekozen voor het inrichten van ecologische focusgebieden. Het inrichten van deze gebieden is dus een goede kans voor de biodiversiteit. Echter mogen deze gebieden ook ingericht worden met eiwitgewassen en vanggewassen. Waarvan ondanks de wegingsfactor de effecten beperkt zijn.

Al met al is deze vergroening geen grote verschuiving, maar een eerste stap op weg naar een landbouw met oog voor biodiversiteit, milieu en klimaat.

Bronnen:
RVO-GLB
kamerbrief-over-implementatie-gemeenschappelijk-landbouwbeleid
kamerbrief-uitwerking-directe-betalingen-gemeenschappelijk-landbouwbeleid
Nationale invulling vergroening GLB -AlterraRapport2478

3 april 2015
door Lieke Boekhorst

Commententaren zijn gesloten.